De Ascics Magic Speed hebben er al weer ruim 900 kilometer opzitten. Het werd tijd voor nieuwe. Brooks Hyperion Max 3.
Sinds mei 2004 ben ik verslaafd aan het hardlopen. Sindsdien heb ik diverse uitslagen en plaatjes verzameld. Een blog is een mooie manier om ze bij elkaar te houden en jullie (?) ervan te vertellen. Hier vind je een verslag van mijn prestaties en andere hoogte- en dieptepunten. Ik probeer in ieder geval wekelijks iets toe te voegen. Laat maar weten wat je er van vindt.
Het zag er goed uit op 28 mei. Na een paar dagen met regen was de temperatuur gezakt naar een graad of 20. Het was weer droog, de zon scheen en er stond niet al te veel wind. Vijf weken eerder liep ik 43.10 op het parcours bij Rijnsweerd, hopelijk kon ik dat herhalen op het parcours bij Overvecht en misschien zelfs net iets sneller, ondanks dat ik met dit rondje vaak iets meer moeite heb. Met Dirk en Arno in de auto waren we op tijd in Utrecht. Genoeg tijd voor een stukje inlopen langs de Vecht. In een stad is het duidelijk drukker, maar dat leverde geen problemen op.
Bij de start van de derde wedstrijd van de Zomeravondcup stond ik nu net voor de pacers van 45 minuten en ook Jos en Florence stonden net achter me. Net als de vorige keren was het de bedoeling om rustig te beginnen en niet te forceren bij de eerste 600 meter op de baan. Dat ging weer goed en al snel had ik een plekje aan de binnenkant van de baan. Bij het verlaten van de atletiekaccommodatie ontstonden er wat scheuren in het deelnemersveld en ik liep langzaam naar een groepje voor me waarin ik ook een man met een geel shirt zag lopen. De eerste kilometer was met 4.14 een beetje snel maar ook weer niet overdreven. Voor mijn gevoel ging het redelijk nog redelijk ontspannen.
Terwijl ik wat lopers voor me inhaalde, bleef de man in het gele shirt een klein beetje uitlopen. De volgende kilometer in 4.18 was volgens planning. Langs het water liep ik nog steeds alleen, maar de man met het gele shirt kwam weer wat dichterbij. De derde kilometer was ook volgens planning (4.18) maar de vierde was een stukje langzamer (4.25). Ik zette een beetje aan en wist rond het 5 kilometerpunt (4.17) aan te haken bij de man met het gele shirt. Maar eigenlijk direct kreeg ik het zwaar en al vrij snel moest ik lossen. Ik verloor het geloof dat een lage 43-er erin zat en dat hielp niet mee. De tweede helft gingen de kilometers rond 4.30. Deze keer bleef ik wel de pacers van 45 minuten voor met 44.12 maar ik was wel even helemaal kapot door een kleine versnelling die ik er op het laatst nog uit kon persen. Het blijft me een raadsel waarom het me niet lukte om de snelheid van 4.20 vast te houden.
De tweede wedstrijd van de Zomeravondcup zit er alweer op. Hoewel het nog in de eerste helft van mei was, was de temperatuur al aardig opgelopen, het zou 's avonds nog ruim boven de 20 graden zijn. Dat zijn niet mijn favoriet omstandgheden voor snelle 10 kilometers. Maar ja, de vorige keer was ik met een bijna perfecte race net boven het clubrecord geëindigd. Zou ik nog iets sneller kunnen? Dat zou dan weer met een bijna vlakke race moeten, met aan het eind misschien een kleine versnelling. Te snel starten was uit den boze.
Voor de warming-up liep ik deze keer over een paadje langs de Kromme Rijn, Mooi stukje, waarmee ik niet in de weg liep van de 5 kilometerwedstrijd. Zoals gewoonlijk vond ik het inlopen al zwaar en warm, ik werd niet optimistischer. Ik koos wederom een plekje achterin het veld, net achter de pacers van 45 minuten. De grote groep lopers die daarbij wilde blijven kon ik wel inhalen in de eerste 700 meter op de baan. Dat ging volgens plan. Op de onderste foto zie je me de pacers inhalen.
Twee weken geleden miste ik op 8 seconden het clubrecord voor mannen 60+ op de 10 kilometer, maar deze week stond de 800 meter bij de Keistad Baancompetitie op het programma en een 800 meter is wel mijn afstand. Het oude clubrecord stond met 2.49 niet heel scherp, aangezien ik vorig jaar nog 2.36 liep. Dat moest dus kunnen, maar ik moest het nog wel 'even' doen.
Deze keer had ik wel mijn horloge bij me, maar ik was een beetje laat. Het rondje inlopen werd iets korter, Ondanks het frisse weer was ik wel warm. Lang hoefde ik niet e wachten, geen tijd om erg zenuwachtig te worden. Ik zat weer in dezelfde serie als de dochter (K) van Rijnvis en was benieuwd of ze weer net zo'n eindsprint zou hebben als op de 1500. Bij de start worden op alfabetische volgorde gezet dit jaar, dat betekent dat ik aan de buitenkant moet starten. Ik deelde baan 6 met een andere jonge loper.
Vorig jaar begon ik hard, nu wilde ik even kijken hoe de rest van start zou gaan. Al snel kwam het veld door de binnenbochten hard onderdoor en moest ik wel versnellen om niet direct helemaal achteraan te lopen. Van 3.26 schoot mijn tempo omhoog naar 2.50 per kilometer. Zo sloot ik aan in het midden van het veld, een klein stukje achter K. In de rug van de loper met wie ik baan 6 had gedeeld liepen we dat gaatje dicht en na zo'n 300 meter gingen we er voorbij.
De Keistad Baancompetitie is nog niet helemaal afgelopen, maar de Zomeravondcup begint alweer. Naast de afsluitende 800 meter op 6 mei, sta ik dus ook weer aan de start van een aantal 10 kilometerwedstrijden in Utrecht. En dan komt er ook nog een 3 kilometer in Soest.
Op 23 april was de eerste wedstrijd bij Rijnsweerd, maar ik vond niet eerder de tijd om er een stukje over te schrijven. Ik stond met gemengde gevoelens aan de start. De resultaten van de afgelopen periode waren wat minder dan vorig jaar en daar had ik niet echt een verklaring voor. Ik kon me ook niet voorstellen dat ik in één jaar zoveel zou hebben ingeleverd. Vorig jaar liep ik net boven 43 minuten, maar ik hield er rekening mee dat dat nu buiten bereik zou blijven. Om niet in de verleiding te komen om te snel te starten, sloot ik een beetje achter in het veld aan bij de start. Net voor me stonden de hazen voor 50 minuten en nog iets daarvoor die van 45 minuten.
In het eerste deel op de baan ging het inderdaad heel rustig, pas als er een beetje ruimte was om in te halen schoof ik iets naar voren, vlak voor het verlaten van de baan zat ik in een grote groep die achter de 45 minuten hazen liep. Ik besloot daar even voorbij te gaan om niet in het gedrang te zitten op het wat smallere weggetje dat zou volgen. De eerste kilometer ging in 4.19, dat was een goed begin. De tweede kilometer liep ik ontspannen verder terwijl ik steeds andere lopers inhaalde. Soms bleven die lopers even aanhaken, maar meestal lieten ze me doorlopen. Eén loper in een donkerblauw shirt bleef wel bij me lopen en de volgende kilometers liepen we samen terwijl het tempo mooi vlak bleef: 4.18, 4.17, 4.17, 4.16, 4.17, 4.19, 4.16. Rond 6 kilometer haalde ik ook Jasper en Gijs uit de C-groep in. Even verwachtte ik dat ze mee zouden gaan, maar dat was niet het geval hoewel Gijs uiteindelijk niet al te ver achter mij eindigde. Een man in een groen shirt liep wèl mee en voerde het tempo zelfs een beetje op. Ik dacht hem te kunnen volgen, maar dat was net te veel. Een stukje verder moest ik ook een gaatje laten naar de loper in blauw. Toch ging mijn tempo niet echt naar beneden, de laatste kilometer was zelfs mijn snelste van vandaag: 4.19 en 4.14. Ik gaf alles in de eindsprint en versloeg nog een paar anderen, maar moest wel bijna overgeven.
Mijn eindtijd was uiteindelijk 43.10, daar was ik vooraf dik tevreden mee geweest, de 43 minutengrens was wel erg dichtbij. Eenmaal thuis ontdekte ik dat ik maar 8 seconden boven het clubrecord van M60+ was gebleven. Bijna ...
Omdat dat ik vorige week ben uitgestapt bij de 5000 meter moet ik de andere wedstrijden van de Keistad Baancompetitie wel lopen om in het klassement mee te doen. Hoewel het ook niet zo is dat ik daar in de top 10 sta. Ik sta op een plekje in de middenmoot die ik te danken heb aan de leeftijdscorrectie.
Gisteravond reed ik dus weer naar Amersfoort voor een 2000 meter. Ik had een paar nachten te weinig geslapen en merkte dat ik moe was. Vooraf had ik 7:29 als tijd opgegeven, maar ik vroeg me af of dat haalbaar zou zijn. Met rondjes van 90 seconden zou ik op 7:30 uit komen, dat is dan weer makkelijk rekenen. Dat laatste kwam goed uit want toen ik Amersfoort naar de atletiekbaan liep realiseerde ik me dat ik mijn Garmin horloge thuis had laten liggen.
Zonder horloge lopen voelde heel onwennig. Bij het inlopen had ik geen idee hoe veel tijd ik nog had en ik wilde ook nog een keer naar de WC, dus ik maakte het rondje een beetje korter. Eenmaal op de baan deed ik nog een paar versnellingen terwijl de serie voor de mijne (met Annabelle) bezig was en daarna mocht ik naar de start.
Net als de vorige keren stond ik helemaal aan de buitenkant omdat we op alfabet moeten opstellen. De snelheid van de andere deelnemers in de serie kon ik lastig inschatten, maar ik hield er rekening mee dat de meesten sneller zouden zijn. Na de start en een klein duwpartijtje sloot ik ergens achter in de groep aan de binnenkant aan en concetreerde me op de rug voor me.
Het tempo zat er voor mijn gevoel (zonder horloge) goed in en dat bleek bij de eerste doorkomst: 85 seconden. Het tweede rondje ging al iets langzamer, rond 90 seconden. Dat was het beoogde tempo, maar ik moest vooral mijn best doen om niet te lossen. In de volgende bocht versnelde de loper voor mij en liep het groepje voorbij. Ik had niet de energie om het gaatje dat ontsond direct weer dicht te lopen. Gelukkig voor mij werd het door iemand achter mij weer opgevuld. Na 3 rondes liep ik ongeveer op het schema van 7:30, dat betekende dat ik de winst ten opzichte van het schema ondertussen weer kwijt was en nu viel er echt een gaatje.Achter mij was nog minstens één loper en daar wilde ik voor blijven. Ik probeerde het gaatje niet te laten groeien, misschien kon ik met een versnelling op het eind weer dichterbij komen. Met nog één ronde te gaan zat ik rond 6:03. Vanaf 300 meter probeerde ik nog een keer aan te zetten en even leek ik iets dichterbij te komen, maar daarna versnelde de loopster voor mij ook weer zodat het gat toch groter werd.